Ssssspspychiater

Mijn dochters kunnen het woord psychiater niet goed uitspreken. Ook niet als ze hun best doen: “ssssspspychiater!”. Ik was verbaasd. Ik doe dit werk al zolang ze leven. Het leek me logisch dat, samen met de harde G en de R, de uitspraak van dit woord dan vanzelf zou gaan. Als je er maar op tijd mee begint. Als troost wilde mijn oudste dochter haar spreekbeurt over spychiaters doen. Maar over smurfen kon ze meer informatie vinden. Daar kon ze ook leuke drop bij uitdelen.

Ik weet wel dat ze me zien hoor, mijn kinderen. Ze zien me alleen niet als psychiater. Het is best raar dat ik dat zelf wel doe. Bij een cursus moest ik mezelf voorstellen in drie kernwoorden. “Moeder” en “psychiater” kwamen zonder moeite naar boven. “Moeder” begreep ik wel van mezelf. Het is niet uniek, maar het voelt wel belangrijk. Maar psychiater!? Als één van de drie!? En eigenlijk als één van de twee, want ondanks alle moeite van de wereld kwam er geen derde woord meer in me op. Ik schaamde me want ik ben toch veel meer dan dat? Ik vond het ook opschepperig. Ik was namelijk de enige arts bij de cursus. Opscheppen doe je alleen over dingen waar je trots op bent. Ik ben ook trots op mijn beroep. Mijn werk is waardevol, mooi en vaak moeilijk. Maar zou ik net zo trots zijn als ik wat anders was? Of als ik geen beroep had? Mijn man wel, die vindt het leuk om op feestjes te zeggen dat hij huisvader is. Want hij werkt niet. Mensen worden er ongemakkelijk van. Dat vindt hij grappig. Als ik op een feestje zeg dat ik psychiater ben, dan voelen mensen zich soms ook ongemakkelijk. Dan denken ze dat ik door ze heen kan kijken.

Daar hebben mijn dochters dan weer geen problemen mee. Zij weten al heel lang dat zowel huisvaders als ssssspspychiaters niet door je heen kunnen kijken. Met het vinden van die drie woorden had mijn jongste trouwens ook geen moeite: ”gewoon heel lief”.  

Joyce Griët, psychiater