De patiŽnt houdt de dokter in leven

Ik heb altijd gedacht dat het anders was. Sinds ik als kereltje, onder begeleiding van mijn moeder, enkele prikken in m’n billen kreeg van de huisarts, heb ik altijd gedacht dat de dokter er is om de patiŽnt in leven te houden. En ja, dat lukt ook nog dagelijks, maar toch heb ik gaandeweg ontdekt dat het vooral de patiŽnt is, die de dokter in leven houdt. Die gedachte dringt zich aan mij op nu ik, na zeven boeiende jaren, de academische geneeskunde ga verwisselen voor een bestuurlijke functie in het hoger beroepsonderwijs.

(zie www.che.nl)

Terugkijkend op zeven jaren bij Amsterdam UMC (en diens fusiepartner VUmc) herinner ik me levendig een tafereel van vijf jaar geleden. Op dinsdag 8 september 2015 brak rond 7 uur ’s ochtends de waterleiding bij ons ziekenhuis aan de Boelelaan in de hoofdstad. Binnen een kwartiertje stroomden miljoenen liters drinkwater ons ziekenhuis binnen en zetten de parkeergarages, de technische ruimten en de straten onder water. De langs de straat geparkeerde auto van ťťn van onze verpleegkundigen verdween in een krater, die het woeste water in no time had geslagen (de collega’s zamelden nog dezelfde week geld in om haar een andere auto te kunnen geven). Alle technologie in het ziekenhuis viel stil; ook de liften (en het beddenhuis is 9 etages hoog). Die dag heb ik ervaren hoe subliem de zorgsector kan samenwerken als het erop aan komt. Alle medische koninkrijkjes en ambtelijke SNIFO’s (Staat Niet In Mijn Functie Omschrijving) vielen als bij donderslag weg. Iedereen kwam helpen of vloog terug van vakantie. Rond 23.50 uur die dag droeg een groepje mariniers de laatste patiŽnt het beddenhuis uit. Het was een oude, broze dame, die olijk uitriep: ‘Ik ben in mijn leven nooit eerder door mariniers gedragen!’

De volgende ochtend wandelde ik met een Volkskrant-journalist door het ziekenhuis. Een verlaten gebouw, zielloos en met de sporen van een gehaast vertrek van ruim 350 ernstig zieke mensen en hun verpleegkundigen. En de dokters?... Voor zover ze niet nodig waren op de locatie waar hun patiŽnten naar toe waren overgebracht, waren ze plotsklaps overbodig geworden en was hun raison d’Ítre weggevallen. Zonder patiŽnten vervalt het functionele leven van de dokter. Ze zijn dan als de KLM-vliegers, die door de lockdown verplicht achter de geraniums zitten in plaats van op de bok en daar stevig van balen. Arts zijn, viel me op, is weliswaar een beroep, maar voor veel dokters is het ook een missie, een heilige opdracht; ook al wordt die door veel medici uiterst seculier opgevat.

De huidige patiŽnt houdt de dokter ook financieel in leven. Het is diens verdienmodel. We hebben dat keurig verpakt in een zorgverzekeringswet en een basispakket, maar uiteindelijk is onze ziekte het dagelijks brood van de arts. Dat verdienmodel is de afgelopen 7 jaar niet gewijzigd. Ik hoop dat dit de komende jaren wťl gaat veranderen. Dat de dokter wordt beloond voor het gezond en vitaal houden van de mens. Dat zou ik aangenaam spannend vinden. Preventie is dan het toverwoord. We doen daar weleens wat moeilijk over, maar een sterkere stok achter de deur, die op een gezonde levensstijl aandringt, is wat mij betreft welkom. Als Mark Rutte bij ons afdwingt om 1,5 meter afstand te houden en je geliefden alleen maar digitaal te knuffelen, moet het toch ook mogelijk zijn om met meer vaart en visie te realiseren dat we stoppen met roken, teveel eten en drinken, en onze liefdesrelaties te verkruimelen – want ook dŠt ondergraaft substantieel onze gezondheid.

Over nog weer 7 jaar kijk ik graag nog eens terug of deze droom een tikkeltje meer werkelijkheid is geworden.     

Jan Hol, Senior Vice President Communications and Fundraising