Psychiatrie houd je bij je leest!


De afgelopen maanden is de psychiatrie weer veel in het nieuws geweest en meestal in negatieve zin. Zo verscheen het bericht dat 60% van de gedetineerden een psychiatrische stoornis heeft en ondanks de Penitiaire Psychiatrische Centra onvoldoende (na) zorg krijgt door tekortschietende psychiatrische zorg.
Recent is het nieuws van het hoge aantal vacatures voor psychiaters in de GGZ-instellingen terwijl er voldoende psychiaters zijn in Nederland zeker wereldwijd gezien. Ook de casus Bart van U. zette de psychiatrische zorg in een negatief daglicht en de opmerkingen van de Nationale Politie dat er meer doden vallen door psychiatrische patiŽnten dan door terroristische aanslagen was een duidelijk statement aan de GGZ.

De oorzaak is zoals vaak complex maar een ervan lijkt de te hoge verwachting over wat nu psychiatrie is en kan. De gedachte leeft vaak dat als iemand maar in zorg is de risico’s voor ontsporing zo veel minder zijn. Wat vergeten wordt (of verdrongen om de moed erin te houden) is dat de psychiatrie een relatief jong vak is dat nog steeds worstelt met zijn diagnostiek en classificatie van wat psychiatrie allemaal wel of niet is. Voorheen was er een eenduidig begrippenkader wat men onder psychiatrische ziekten verstond en grofweg sprak men van psychotische en neurotische stoornissen. Door de komst van het Amerikaanse classificatiesystheem DSM (diagnostic and statistical manual of mental disorders) begin jaren ‘50 is geleidelijk het overzicht van wat nu echt psychiatrie is zoek geraakt. De huidige versie, de DSM 5, is in de Nederlandse vertaling 1211 pagina’s dik met uitgebreide criteria van allerlei stoornissen waarbij bijvoorbeeld gedragsstoornissen nu als een psychiatrische stoornis worden gezien en niet meer alleen een (ortho)pedagogisch probleem. Het kost inmiddels geen enkele moeite om uzelf terug te vinden in de DSM . Ook de aandacht in de DSM voor ‘Andere problemen (opvoeding, relatie, onderwijs, huisvesting) die ‘een reden voor zorg kunnen zijn’ hebben niet alleen het ‘psychiatrische’ domein als het ware vergroot maar ook de daarbij horende maatschappelijke verwachtingen ťn verantwoordelijkheid.
Zoals in het onderwijs maatschappelijke taken zijn binnengetreden zo is de psychiatrie ‘eigenaar’ geworden van meer dan het behandelen van psychiatrische ziekten in engere zin. Daarbij hebben de GGZ instellingen de DSM ontwikkelingen gevolgd door alsmaar uit te dijen en een steeds breder palet van psychiatrische zorg aan te bieden. Kenmerkend zijn de vele centra voor specifieke stoornissen terwijl de meeste patiŽnten zich juist niet houden aan deze DSM-classificaties. PatiŽnten moeten dan worden overgeplaatst met nieuwe intake-rondes en steeds andere hulpverleners. Er zijn GGZ-instellingen met maatschappelijk opvang, poli’s voor huiselijk geweld en sociale pensions. Geld en mankracht zijn dan minder beschikbaar voor de kern van de psychiatrie namelijk de ernstig zieke, meestal psychotische patiŽnt.

Psychiaters lijken in toenemende mate zelf ook het overzicht kwijt te zijn in de DSM door het als maar categoriseren van psychische stoornissen terwijl deze juist dimensioneel van aard zijn. De hoge mate ( 80%) van het voorkomen van andere stoornissen bij ADHD en het veelvuldig classificeren van Andere gespecificeerde of Ongespecificeerde stoornissen zijn hier voorbeelden van. Bij deze laatsten voldoen de patiŽnten niet aan de juiste criteria voor een specifieke stoornis en spelen subjectieve factoren een grote rol zoals lijdensdruk of beperkingen in sociaal of beroepsmatig functioneren.

Natuurlijk beweegt de psychiatrie zich tussen ‘objectieve wetenschap’ en ‘subjectieve zielkunde’ (prof. RŁmke) maar de subjectieve factoren spelen een te grote rol in de DSM en daardoor drijft de psychiatrie nog verder af van wat wij onder ziektes verstaan.
Het is van belang dat de psychiatrie zich weer gaat richten op de kernaspecten van psychiatrische ziekten zoals in de rest van de geneeskunde en de maatschappelijke (zorg)taken over te laten aan GGD’s, gemeentes en de diverse maatschappelijke organisaties. Deze zijn dan verantwoordelijk ťn aanspreekbaar voor de daadwerkelijke maatschappelijke integratie zoals ook past binnen de Herstelvisie voor psychiatrische patiŽnten. Te denk valt aan voorzieningen zoals (maatschappelijke) crisiscentra, opvang en thuiszorg. De psychiatrie levert dan zijn maximale bijdrage in de geneeskundige behandeling van de patiŽnten. Vele psychiaters verlaten de GGZ-instellingen en willen niet langer verantwoordelijk gehouden worden voor de uitwassen van allerlei maatschappelijk onaangepast gedrag dat snel een psychiatrisch etiket krijgt.

Het siert de psychiatrie en de gehele GGZ om (helaas) haar beperkingen duidelijk te maken. De recente publicatie in Trouw van de ernstige tekortkomingen van de maatschappelijke integratie van psychiatrische patiŽnten is hiervan nog eens een bewijs.
Alsof het niet genoeg is, verschijnt op de halve voorpagina van de NRC het bericht over een record aan gedwongen opnames, een zwaktebod van langdurig falende zorg.
Het is duidelijk dat de GGZ instellingen niet in staat zijn gebleken om aan de eigen hoopvolle verwachtingen en die van de maatschappij te voldoen. Dit ondanks de meer dan 25 jaar lopende maatschappelijke rehabilitatie en integratieprojecten vanuit de GGZ-instellingen zoals PIT (project intensieve thuiszorg), FACT (flexible assertive community treatment), ART (active recovery triade) , IHT (intensive home treatment) en de verdubbeling van het budget (thans 7 miljard).

De psychiatrie moet zich bij zijn leest houden, zich ‘loskoppelen’ van het totale GGZ denken en een beperkter rol aannemen in het totaal van de zorg aan patiŽnten. Voor de geestelijke gezondheidszorg is de maatschappij is dan echt aan zet. Leve het psychiatrisch ziekenhuis! 

Reageer | reacties

Let op: de Anti-spam code is slechts 15 minuten geldig.
Tip: als u een reactie met veel woorden heeft, typ deze dan eerst in Word en plak hem vervolgens in het Reactieveld hieronder.






 

Paul de Beurs is mediator en psychiater/psychotherapeut (niet praktiserend). Hij coacht en begeleidt artsen individueel, maatschappen/vakgroepen en raden van bestuur. Daarnaast was hij als extern adviseur werkzaam voor de IGJ en het Zorginstituut Nederland. Verder begeleidt hij specialistische politieteams, vooral gericht op het gezond houden van groepsprocessen. Paul heeft zeer ruime ervaring in het veld van de GGZ en het algemeen ziekenhuis, zowel inhoudelijk, op management als op bestuurlijk niveau. Na zijn eerste ervaringen in de begeleiding van een maatschap in een algemeen ziekenhuis, volgde Paul de opleiding tot (later gecertificeerd) NMI mediator. De menselijke maat en wederzijds vertrouwen is voor hem de basis voor een succesvolle begeleiding. Voor nadere informatie: www.debeursadviesenbemiddeling.nl


Nanne Dodde is gespecialiseerd in strategie- en groepsontwikkeling en complexe verandertrajecten, met specifieke expertise op het gebied van sociale netwerken en interactiepatronen in samenwerkingsverbanden. Hij adviseert en begeleidt professionals en organisaties, met name in de gezondheidszorg en in de bedrijfsgezondheidszorg. Na opleidingen tot apotheker en bedrijfskundige heeft Nanne veel praktische kennis en ruime ervaring opgedaan in diverse directie-, bestuurs- en toezichtfuncties in het bedrijfsleven en in de gezondheidszorg. Op het gebied van leiderschap en verandermanagement geeft Nanne lezingen en workshops (oa. Nyenrode en Beeckestijn); hij is ambassadeur voor het Platform voor Klantgericht Ondernemen. Voor nadere informatie: www.3nd.nl